Fairplay en veiligheidscode

Atleten

1. Ik wil deelnemen, aangezien ik dat wil en niet omdat mijn ouders dat willen. 

2. Ik zal volgens de regels spelen in de geest van het spel. 

3. Ik zal mijn temperament beheersen vechten en een grote mond opzetten, verpest het spel voor iedereen. 

4. Ik zal mijn tegenstanders respecteren. 

5. Ik zal mijn best doen om een echte teamspeler zijn. 

6. Ik zal me voorhouden dat winnen niet alles is – het hebben van plezier, het verbeteren van vaardigheden, het maken van vrienden en mijn best doen, zijn ook belangrijk. 

7. Ik zal de goede prestaties van mijn team en van mijn tegenstanders erkennen 

8. Ik zal me voorhouden dat coaches en scheidsrechters er zijn om mij te helpen. Ik zal hun beslissingen accepteren en respecteren. 

Coaches 

1. Ik zal redelijk zijn bij het plannen van wedstrijden en trainingen, beseffend dat jonge atleten andere belangen en plichten hebben. 

2. Ik zal mijn atleten leren om eerlijk te spelen en de regels, de scheidsrechters en de tegenstanders te respecteren. 

3. Ik zal ervoor zorgen dat alle atleten gelijk worden behandeld en dezelfde instructies, ondersteuning en speeltijd krijgen. 

4. Ik zal mijn atleten niet belachelijk maken of tegen hen schreeuwen indien ze fouten maken of iets slecht uitvoeren. Ik zal me voorhouden dat kinderen spelen om plezier te hebben en dat ze moeten worden aangemoedigd om vertrouwen te hebben in zichzelf. 

5. Ik zal ervoor zorgen dat het materiaal en de faciliteiten veilig zijn en overeenkomen met deatleten hun leeftijden en vaardigheden. 

6. Ik zal me voorhouden dat kinderen een coach nodig hebben die ze kunnen respecteren. Ik zal gul zijn met lof en het goede voorbeeld stellen. 

7. Ik zal steeds een degelijke training beogen en mijn coaching vaardigheden verbeteren. 

Scheidsrechters 

1. Ik zal ervoor zorgen dat iedere atleet steeds de gelegenheid heeft om het beste van zichzelf te laten zien, binnen de grenzen van de regels. 

2. Ik zal situaties, die de veiligheid van de atleten bedreigen, vermijden of er een einde aan maken. 

3. Ik zal een gezonde sfeer en omgeving voor competiviteit handhaven. 

4. Ik zal geen verbale of fysieke intimidatie van eender welke atleet toestaan. Ik zal onaanvaardbaar gedrag ten opzichte van mezelf, andere scheidsrechters, atleten of toeschouwers niet tolereren. 

5. Ik zal consequent en objectief zijn in alle inbreuken, ongeacht mijn persoonlijke gevoelens voor een team of individuele sporter. 

6. Ik zal alle conflicten stevig aanpakken, maar met waardigheid. 

7. Ik accepteer mijn rol als leraar en rolmodel voor fair play, vooral met jonge deelnemers. 

8. Ik zal openstaan voor discussie en de atleten voor en na de wedstrijd te woord staan. 

9. Ik zal open blijven staan voor opbouwende kritiek en respect en aandacht tonen voor verschillende standpunten. 

10. Ik zal een degelijke wedstrijdleiding beogen en mijn dienstdoende vaardigheden verbeteren.

Ouders

1. Ik zal mijn kind niet dwingen om te sporten. 

2. Ik zal me steeds voorhouden dat mijn kind aan sport doet voor zijn of haar plezier, niet voor mij. 

3. Ik zal mijn kind aanmoedigen om volgens de regels te spelen en conflicten op te lossen, zonder toevlucht te nemen tot vijandigheid of geweld. 

4. Ik zal mijn kind leren dat je best doen even belangrijk is als winnen, zodat mijn kind zich nooit slecht zal voelen door de uitslag van een spel. 

5.Ik zal mijn kind zich als een winnaar laten voelen door hem telkens te loven als hij hard zijn best doet en fair speelt.

6. Ik zal nooit mijn kind belachelijk maken of tegen hem schreeuwen voor het maken van een fout of het verliezen van een wedstrijd. 

7. Ik zal me steeds voorhouden dat kinderen het beste leren door voorbeelden. Ik zal voor goede wedstrijden of prestaties van hun team of dat van de tegenstanders steeds applaudisseren. 

8. Ik zal nooit de beslissing of de eerlijkheid van de scheidsrechter in het openbaar in vraag stellen. 

9. Ik zal alle inspanningen steunen om verbaal en fysiek misbruik van kinderen tijdens sportieve activiteiten te vermijden. 

10. Ik zal de vrijwillige coaches die hun tijd besteden aan sportactiviteiten voor mijn kind, steeds respecteren en waarderen. 

Toeschouwers 

1. Ik zal me voorhouden dat kinderen sporten voor hun plezier. Ze spelen niet om mij vermaken.

2. Ik zal me voorhouden dat kinderatleten geen mini-professionals zijn en niet kunnen worden beoordeeld door professionele normen. 

3. Ik zal de beslissing van de scheidsrechter steeds respecteren en de deelnemers aanmoedigen om hetzelfde te doen. 

4. Ik zal nooit een atleet belachelijk maken voor het maken van een fout tijdens een wedstrijd. Ik geef positieve reacties die verdere inspanningen motiveren en stimuleren. 

5. Ik zal het gebruik van geweld in welke vorm dan ook veroordelen en zal mijn afkeuring op passende wijze betuigen aan coaches en officials. 

6. Ik zal respect tonen voor tegenstanders van mijn team, want zonder hen zou er geen wedstrijd zijn. 

7. Ik zal niet schelden, noch zal ik sporters, coaches, scheidsrechters of andere toeschouwers lastig vallen.

Veiligheidscode Kajak 

De algemene regel is ‘je hebt jezelf in een situatie gewerkt, je werkt jezelf er terug uit.’ Veiligheid is risicomanagement en het kennen van je beperkingen en hierbinnen handelen. 

Deze veiligheidsrichtlijnen geven u een overzicht over wat je moet doen (of niet). Deze veiligheidscode is voor alle huidige of toekomstige vaarders, geschreven door Australian Canoeing Inc. en vertaald door het NKV. 

Kopers van kajaks, Sit On Tops of kano’s 

Bepaal wat u wilt doen met je kano of kajak. Misschien wilt u:

  • Op meren en lagunes peddelen 
  • Op het kanaal peddelen 
  • Op zee peddelen 
  • Op wildwater peddelen 
  • Een vaartuig voor uw kinderen kopen 

Win advies in van deskundigen over welke vaartuig het beste bij je past. Elke kano club of haar leden zullen bereid zijn om te helpen. 

Controleer het vaartuig voor het vaste drijfvermogen, comfort bij het zitten, kracht en kwaliteit. Verwacht niet meer te doen met je vaartuig dan waarvoor u het voor gekocht. 

De kajakker 

1. Kunnen zwemmen met vertrouwen en vertrouwen hebben in het water, zelfs met de kleding die je draagt tijdens het peddelen. 

2. Draag altijd een eigen zwemvest. 

3. Wees eerlijk tegen jezelf over je eigen kunnen. Door te kunnen peddelen over rustig water kom je nog niet in aanmerking voor meer moeilijke tochten. 

4. De wateren van de rivieren, meren en oceanen zijn allemaal erg verschillend. Ze eisen kennis en kunde. Ontwikkel je peddelvaardigheden stapsgewijs, bij voorkeur met mensen die meer geschoold zijn dan jezelf. Clubs komen hiervoor heel goed in aanmerking. 

5. Pas op voor koud water en extreme weersomstandigheden. Kunnen zwemmen en het dragen van een zwemvest gaan de langetermijneffecten van zeer koud water niet tegen. Wetsuits kunnen soms van essentieel belang zijn voor de veiligheid. 

6. Wees uitgerust voor de omstandigheden die kunnen optreden. Zet uw bril vast, draag geschikt schoeisel en zorg voor bescherming tegen de zon, wind en regen. 

7. Leer hoe te kapseizen, hoe jezelf en anderen te redden en leer Eerste Hulp zodat u voorbereid bent voor een noodgeval. 

8. Train en school bij. Wij raden aan les te krijgen van VTS-gediplomeerde lesgevers. 

9. Vooraleer een uitnodiging om een trip te ondernemen te aanvaarden, vraag/kijk het volgende na: de organiserende groep de leider van de groep de trip zelf 

Als u meegaat, vertel de leider eerlijk wat je vaardigheden en ervaring zien en verleen je volledige medewerking. 

Apparatuur 

1. Zorg ervoor dat u de juiste boot heeft voor de reis! 

2. Test nieuwe en onbekende apparatuur uit voor de aanvang van gevaarlijke opdrachten. 

3. Het vaartuig moet in goede toestand zijn vooraleer de reis wordt aangevat. 

4. Als u op zee gaat kanoën, heb een reservepeddel bij de hand die je snel kan nemen. 

5. Het vaartuig, wanneer deze gevuld is met water, moet zijn eigen bemanning en doorweekt materiaal kunnen dragen in diep water. Gebruik hiervoor kunststof, zakken met drijfvermogen of luchtdicht afgesloten compartimenten. 

6. Gebruik een spatdek wanneer de mogelijkheid bestaat dat er veel water in de kajak kan komen. Het spatdek moet snel kunnen losgemaakt worden en perfect functioneren. 

7. Draag geschikt reparatiemateriaal mee alsook een zaklamp, kaart, kompas en survival kit op wildernistochten. Laat een plan van uw reis achter aan een verantwoordelijk persoon en een verwacht tijdstip van aankomst op uw bestemming. 

De leider 

1. De leider moet een beschrijving geven aan eventuele deelnemers van de te verwachten omstandigheden voorafgaand aan het accepteren van de uitnodiging om deel te nemen. 

2. De leider mag geen personen toestaan die niet de over de juiste vaardigheden of een aangepaste boot beschikken. 

3. De leider moet de omvang kennen van de weersomstandigheden die kunnen optreden, en hun invloed op de wateromstandigheden. 

4. Voordat u begint, en op elk moment, moet de leider duidelijk maken dat zijn beslissingen in het belang van de veiligheid definitief zijn. 

5. De leider benoemt de functies van andere groepsleden en de formatie op het water. 

6. Door voorbeelden moet de leider kennis, kunde en vertrouwen bijbrengen. C

Op de rivieren 

1. Elke deelnemer moet zich bewust zijn van de groepsplannen, formaties, het algemene karakter van de rivier, de plaats van speciale uitrusting en de signalen die worden gebruikt. 

2. De eerste boot bekijkt alle twijfelachtige delen van de rivier, bepaalt de koers en wordt nooit voorbij gestoken. 

3. De laatste boot is uitgerust en getraind voor redding. 

4. Elk vaartuig is verantwoordelijk voor de boot achter hen. Het mag het visueel contact niet verliezen. Het geeft signalen door, wijst op obstakels en probeert om zelf gemaakte fouten te voorkomen door de volgende boot erop te wijzen. 

5. Het gevolg moet compact zijn. Grote formaties moet onderverdeeld worden in onafhankelijke groepen met een algemeen plan. 

Op meren of de zee

1. Vaar niet verder dan een afstand die je kan terugvaren van de kust onder de slechtste omstandigheden .

2. Ken de weersomstandigheden. Heb een actuele weersverwachting. Weersomstandigheden kunnen veranderen binnen enkele minuten. Pas op voor offshore wind. 

3. Heb een degelijke kennis hebben van de effecten van de getijden. 

4. Formatieposities moeten worden vastgelegd om te voorkomen dat boten gevaarlijk worden verspreid. 

5. Kajakkers, die deelnemen aan een oceaan expeditie, moeten kunnen eskimoteren en alle 

7. kanovaarders moeten perfect de reddingswijze kennen, zodat een omgeslagen vaartuig in het geval van kapseizen weer kan worden rechtgetrokken, geledigd en de bemanning weer aan boord kan worden gehesen. 

In het geval van kapseizen 

1. Blijf kalm, maar heel erg alert. 

2. Blijf op de upstream-kant van uw vaartuig. 

3. Wees je bewust van je verantwoordelijkheid om je partner te helpen. 

4. Volg uw redders ’instructies’. 

5. Verlaat uw boot alleen als dit de veiligheid verhoogt je. Als redding niet meteen mogelijk is en het water is gevaarlijk koud of gevaarlijke stroomversnellingen volgen, dan is zwemmen in de juiste richting tot het dichtstbijzijnde punt van persoonlijke veiligheid aangewezen. Het verlies van de mooiste boot is het risico op persoonlijke onveiligheid niet waard 

6. Indien omgegaan in een stroomversnelling, zwemmen op de rug met de voeten eerst. Houd uw hoofd uit het water voor een goede zichtbaarheid.